Eerste Wereldoorlog

Onze gemeente van bezetting tot bevrijding
  • Grote groep soldaten verzameld voor een kerkdienst in Vlaanderen tijdens WOI, 1914-1915. (vergroot foto) Zicht op de marktplaats en Sint-Martinuskerk van Moorslede tijdens de Eerste Wereldoorlog. Duitse soldaten houden er een kerkdienst in openlucht.
  • Luchtfoto van een zwaar beschadigd landschap met verwoeste gebouwen en kraters, vermoedelijk oorlogsgebied. (vergroot foto) Een luchtfoto genomen van een kapot geschoten en gebombardeerd centrum van Moorslede. We herkennen in het puin de resten van de Sint-Martinuskerk en het klooster.
  • Groep soldaten met paarden voor het gebouw Een groep soldaten met hun paarden staan voor en in het deurgat van café "Den Ouden Watermolendam" te Moorslede in 1915. Op aanplakborden is vermeld dat het café dienst doet als kantine voor de soldaten.
  • Zwart-witfoto van een arts in witte jas die een zittende man in uniform onderzoekt in een eenvoudige kamer. (vergroot foto) Een soldaat komt op consult bij een dokter (tandarts) in het lazaret te Moorslede.
  • Zwart-wit afbeelding van het beschadigde kasteel en basiliek in Dadizele, omgeven door gras en bomen. (vergroot foto) Beeld van de zwaar beschadigde basiliek Onze-Lieve-Vrouw van Dadizele en kasteel Mariënstede tijdens de Eerste Wereldoorlog.
  • Een groep mannen in uniform verzameld rond een neergestorte vliegtuig op een open veld. (vergroot foto) Er is grote militaire belangstelling voor een neergestort vliegtuig aan Vijfwegen (1917). Sommigen kwamen zelfs met een fiets. Op de romp van het vliegtuig is een kokarde geschilderd.
  • Twee mannen bij een werkbank met houten klompen en een bord met tekst over de oorlog 1914-1915 in Dadizele. (vergroot foto) Twee klompenmakers plaatsten hun werkbank buiten. 'Tot aandenken aan den Oorlog Dadizeele 1914-1915' verkopen ze souvenirs, die ze ook ter plaatse maken. Let op de pomp tegen de muur. De man rechts draagt een zakhorloge met ketting.
  • Zwart-wit foto van een groep soldaten in uniform, buiten met een grote kerk op de achtergrond. (vergroot foto) Groepsfoto met Duitse militairen in het kasteelpark van Dadizele. Op de achtergrond is de basiliek Onze-Lieve-Vrouw van Dadizele te zien.
  • Interieur van een beschadigde kathedraal met gebroken glas-in-loodraam en puin op de grond. (vergroot foto) De hoofdingang van de basiliek Onze-Lieve-Vrouw van Dadizele werd gefotografeerd van binnen naar buiten. De toegang tot de basiliek ligt in puin. Dit is een Duitse foto.
  • Zwarte-witfoto van soldaten in uniform die marcheren voor een groot gebouw met een hoge toren, omringd door rijen soldaten met geweren. (vergroot foto) De Duitse militairen houden een feestelijke parade in het kasteelpark. Sommige vensters van het kasteel zijn versierd.
  • Zwart-wit foto van een begraafplaats met rijen houten kruisen en bomen op een zonnige dag. (vergroot foto) Foto van de Duitse militaire begraafplaats in Dadizele. De foto werd in 1940 gemaakt door een Duitse soldaat die ingekwartierd was bij de familie De Splenter.
  • Groep soldaten in uniformen staat buiten, sommigen lezen uit boekjes, met een kerk en huizen op de achtergrond. (vergroot foto) Duitse militairen worden gebrieft. Sommigen dragen een 'pinhelm'. Uiterst rechts staat een soldaat die een armband van het Rode Kruis draagt. De soldaten staan in een open ruimte. Op de achtergrond is de basiliek Onze-Lieve-Vrouw van Dadizele te zien.
  • Verwoeste stad met beschadigde gebouwen en een kerk, waarschijnlijk na een oorlog, met bord en tekst Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd er schade aangericht aan de basiliek en Plaats van Dadizele.
  • Vijf soldaten in uniform poseren voor een bakstenen gebouw met een bord naast de deur. (vergroot foto) Duitse soldaten poseren voor de ingang van een huis met schuilkelder in Dadizele. Deze kelder bood bescherming tegen luchtaanvallen tijdens Wereldoorlog I en had plaats voor ongeveer vijftien personen.
  • Verwoeste windmolen in Moorslede met een man in militair uniform op de voorgrond. (vergroot foto) De restanten van Loncke's molen die verwoest werd tijdens de Eerste Wereldoorlog. Op de foto is ook een Duitse soldaat te zien.
  • Zwart-witfoto van een begraafplaats met witte kruisen, een poort met kruis en een monument in het midden. (vergroot foto) Een kerkhof te Moorslede waar Duitse soldaten uit Wereldoorlog I begraven liggen. Deze begraafplaats werd na de Tweede Wereldoorlog naar Langemark overgeplaatst.
  • Oude foto van Duitse militaire begraafplaats in Moorslede met houten kruisen en jonge bomen. (vergroot foto) Het Duitse militaire kerkhof te Moorslede tijdens de Eerste Wereldoorlog. Samen met andere Duitse kerkhoven werd dit kerkhof na de Tweede Wereldoorlog naar Langemark overgebracht. Dit kerkhof telde ongeveer 1495 soldaten.
  • Verwoeste ruïnes van een klooster in Moorslede, 1914-18, na de oorlogsschade. (vergroot foto) Het vernielde klooster Onze-Lieve Vrouw Ten Bunderen in Moorslede. Deze verwoestingen zijn veroorzaakt tijdens de Eerste Wereldoorlog.
  • Grote menigte bij onthulling van een oorlogsmonument in een dorpsplein met bakstenen huizen. (vergroot foto) De inhuldiging van het oorlogsmonument van de gesneuvelde soldaten en burgerslachtoffers tijdens de Eerste Wereldoorlog. De foto is genomen van uit de Brouwerij Hosten en het monument werd onthuld op 8 augustus 1926.

Bezetting en eerste oorlogsmaanden

De oorlog kwam in het najaar van 1914 bijzonder snel en hard aan in Moorslede en Dadizele. Tussen 10 en 19 oktober 1914 werd de grote molen op de Kezelberg in brand gestoken. Op 18 oktober werd er in de omgeving van Dadizele hevig gevochten tussen Britse en Duitse troepen. Een dag later, op 19 oktober 1914, vielen de Duitse troepen zowel Moorslede als Dadizele binnen. Het werd een zwarte dag in de geschiedenis van beide dorpen en het begin van vier jaar Duitse bezetting.

In Moorslede werd in de late namiddag het centrum ingenomen. Burgers die zich in kelders hadden verscholen, werden verplicht terug naar hun woningen te gaan. Door de Eerste Slag om Ieper kwam Moorslede in volle frontlinie te liggen. Het dorp werd het eerste achter de Duitse linies en groeide uit tot een belangrijke rust- en verblijfsplaats voor het Duitse leger, met onder meer een hospitaal, casino en wasplaatsen.

Ook in Dadizele vestigden de Duitsers zich snel en structureel. Ze namen hun intrek in de grootste en mooiste woningen. Huizen werden omgebouwd tot hulpposten, het kasteel werd ingericht als “General Kommando” en in ’t Wit Huis op de Plaats (de woning van senator De Bats uit Gent) kwam een commandopost. De kerk deed dienst als rustplaats en zelfs als stalling; de toren werd gebruikt als uitkijkpost. De meisjesschool op de Plaats en een woning in de Kleppestraat fungeerden als verpleegposten. Wanneer er onvoldoende gebouwen beschikbaar waren of wanneer huizen vernield raakten, werden houten barakken opgetrokken voor de soldaten.

In september 1914 werden de 53ste en 54ste Reservedivisie ingericht binnen het 28ste Korps; zeker de 54ste Divisie was in Dadizele aanwezig. In beide dorpen organiseerden de Duitsers parades en optochten, zowel in de centra als in het park van het kasteel, om hoog bezoek te eren, indruk te maken op de bevolking en als propaganda-instrument.

Leven onder bezetting en dwangarbeid

Vanaf oktober 1916 werden ook inwoners van de regio geconfronteerd met dwangarbeid. Opgeëiste arbeiders moesten gemiddeld tien uur per dag werken, voornamelijk aan wegen, maar ook aan loopgraven, spoorlijnen en andere militaire infrastructuur. Ze verbleven verplicht in houten barakken, vaak omgeven door prikkeldraad.

De zogenaamde Civilarbeiters uit Kortrijk en omliggende gemeenten werden ’s nachts ondergebracht in barakken aan ’t Peerdeke langs de weg Roeselare-Menen. Vandaar werden ze dagelijks naar het front gevoerd. Ook Dadizelenaars werden ingezet in onder meer de ‘Munitionlager’ tussen den Ommeganck en de Geluwestraat, waar trambanen en versterkte munitiehangaars werden aangelegd. Sommige inwoners werden zelfs naar Duitsland gestuurd om daar voor de oorlogsmachine te werken.

Vlucht, evacuatie en ballingschap

Reeds vanaf het begin van de oorlog kozen sommige inwoners van Dadizele voor de vlucht. Ze trokken in bij familie, of vluchtten op eigen initiatief naar Frankrijk of Engeland. Priester René Ingelbeen richtte vanaf 1915 in Engeland scholen op voor Belgische kinderen, onder meer in Londen.

In oktober 1917 namen de gevechten in West-Vlaanderen sterk toe in hevigheid. Zowel in Moorslede als in Dadizele werd de bevolking uiteindelijk verplicht geëvacueerd. Tijdens de Derde Slag om Ieper (juli–november 1917) werden de inwoners aan beide zijden van het front weggehaald. De Moorsledenaars trokken eerst naar Roeselare en vervolgens richting Limburg. In oktober 1917 werd ook Slypskapelle voor het eerst volledig ontruimd.

In Dadizele volgde de evacuatie in fases: eerst het centrum, daarna de zones tot aan de weg Roeselare–Menen en uiteindelijk ook de rest van het dorp tot aan de spoorlijn van Ledegem. Op 16 oktober 1917 werden de inwoners onder meer naar Herne, Balen, Sint-Katelijne-Waver, Londerzeel en Wolvertem overgebracht. Een groep Dadizelenaars belandde aanvankelijk in Tollembeek, waar ze naar eigen zeggen koel en wantrouwig werden onthaald. Ook daar heerste armoede door de oorlog. Nog dezelfde dag werden de vluchtelingen te voet of met paard en kar overgebracht naar Herne, waar ze beter werden opgevangen in zaal De Kring. Het Plaatselijk Comité voor Hulp en Voeding zorgde dagelijks voor soep, brood, smout, varkensvlees en kleding. Boeren brachten stro zodat ook wie geen bed had, kon slapen.

De dag nadien werden de vluchtelingen verdeeld over Galmaarden, Tollembeek, Vollezele, Herfelingen, Edingen, Herne en Oetingen. In Herne verzorgde pater Louis Dobbeleer, kapucijnenpater uit het klooster van Izegem, elke zondagmorgen een speciale vluchtelingenmis.

Het samenleven vergde aanpassing, maar geleidelijk kwam er integratie op gang. Tijdens en na de oorlog werden kinderen van Dadizeelse vluchtelingen geboren in Herne, Tollembeek en Galmaarden, deden ze er hun communie, trouwden Dadizelenaars met inwoners van die gemeenten en overleden er ook vluchtelingen. De geschiedenis zou zich herhalen tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar dan in omgekeerde richting, wanneer inwoners uit Groot-Galmaarden als vluchteling terechtkwamen in onder meer Ledegem, Zwevegem en Dadizele.

Tegelijkertijd moesten in Dadizele de kloosterzusters op 31 juli 1917 met het miraculeuze Mariabeeld vluchten naar Lendelede en later naar Balen. Hulppriester Pater Louis bracht de kerkschatten onder bij de Kapucijnen in Izegem. In augustus en september 1917 vonden meerdere bomaanvallen plaats (8-9 augustus, 16-17 augustus en 27-28 september). Er vielen geen Belgische slachtoffers, maar wel veel Duitse doden. Dadizele liep zware schade op.

Moorsledenaars in Frankrijk

Heel wat inwoners van Moorslede vluchtten tijdens de oorlog ook naar Normandië, meer bepaald naar Cany-Barville. Die keuze was geen toeval: er bestonden al handelsrelaties (vooral in de vlassector), Moorsleedse seizoensarbeiders werkten er in de bietenteelt en bovendien was de kasteelheer van Dadizele, die veel gronden bezat in Moorslede, ook kasteelheer in Cany-Barville.

Een aantal Moorsleedse families vond er een nieuw leven en keerde nooit meer terug naar hun geboortedorp. Uit dankbaarheid voor de gastvrijheid en om de historische banden opnieuw aan te halen, nodigde de gemeente Moorslede in 2008 het bestuur van Cany-Barville uit. Op zondag 30 november 2008 bracht het Franse college een officieel bezoek aan Moorslede.

Dat bezoek leidde tot verdere samenwerking. In juli 2009 richtte de cultuurraad een werkgroep op om de verbroedering te versterken. Op 25 april 2010 trok het gemeentebestuur van Moorslede, samen met leden van de Heemkundige Kring, op tegenbezoek naar Cany-Barville. Daar werd een bijeenkomst georganiseerd met afstammelingen van Moorsleedse families die tijdens de Eerste Wereldoorlog in Normandië waren opgevangen.

Bevrijding in 1918

Op 28 september 1918 startte het grote eindoffensief. Die dag slaagde het 17de linieregiment er in de Keiberg in te nemen en door te stoten via de Waterdamhoek tot aan de weg Moorslede-Dadizele. Het 16de linieregiment had rond 16.30 uur het centrum van Moorslede in handen en het 7de linieregiment stootte door tot aan het kruispunt Sint-Pieter. Die avond sloot de 8ste infanteriedivisie af met de bevrijding van Moorslede. De tol was echter heel groot en vele landgenoten lieten op de hellingen vóór Moorslede het leven. Voor Moorslede betekende dat het einde van de Eerste Wereldoorlog.

Terugkeer en wederopbouw

Vanaf 12 november 1918 keerden de eerste Dadizelenaars terug naar hun zwaar getroffen dorp. In beide gemeenten begon een moeizame wederopbouw. Er werden noodwoningen opgetrokken, vaak eenvoudige houten barakken. Meubels en huisraad werden gezocht aan het front; zandzakken deden soms dienst als matrassen.

In Moorslede startte de heropbouw in het voorjaar van 1919 met steun van de Dienst der Verwoeste Gewesten (Office des Régions Dévastées). De gemeente veranderde in de jaren ’20 in één grote bouwwerf. In 1919 waren slechts 1.200 van de 7.800 inwoners teruggekeerd. In de Roeselaarsestraat kwamen houten legerbarakken die dienst deden als kerk en school. In de Stationstraat ontstond de tuinwijk De Blokken, ontworpen door de Brusselse architecten Bytebier en Schaessens.

Ook in Dadizele bouwden arbeiders van het Fonds du Roi Albert woningen, maar ook een school, rusthuis en hospitaal (1919-1920). In 1919 werd de eerste 1-meiviering gehouden: tussen het puin op de Plaats werd een meiboom geplant. Op 9 juni brachten leerlingen van het Klein Seminarie van Roeselare het Mariabeeld terug naar Dadizele, waar een grote openluchtviering plaatsvond. Het beeld kreeg tijdelijk een plaats in de voormalige Jongensschool in de Ketenstraat. De kerk werd in de jaren ’20 hersteld.

Nalatenschap van de oorlog

Omdat Moorslede dicht bij het front lag, begroeven de Duitsers hun gesneuvelden in het dorp. In totaal waren er ongeveer twaalf Duitse militaire begraafplaatsen. Vandaag is er geen enkele meer: alle graven werden overgebracht naar andere militaire kerkhoven.

De Eerste Wereldoorlog liet diepe sporen na in Moorslede, Slypskapelle en Dadizele. Wat vandaag rustige dorpen zijn, lag ooit midden in een van de hevigste frontzones van Europa.

Ook interessant

Naar top