Cardoens Molen

De Dadizelemolen of Cardoens molen was een houten graanwindmolen. De staakmolen was de banmolen van het dorp.

Archiefstukken vermelden hem al in de 15de eeuw. In het begin van de 17de eeuw werd hij heropgebouwd na de vernieling gedurende de godsdiensttroebelen op het einde van de 16de eeuw.

In de tweede helft van de 18de eeuw werd hij door Gabriël Sabbe gebouwd of herbouwd. Zijn uiterlijk voorkomen bleef onveranderd tot in de 20ste eeuw.
De familie de Croix was voor 1834 eigenaar en daarna hun erfgenamen. Hervé D'Hunolstein, kleinzoon van Léonie de Croix, verkocht de molen in 1902.

Enkele generaties Cardoen waren er huurder-molenaar in de 19de en 20ste eeuw.

De staakmolen werd in 1905 naar Rumbeke verplaatst waar hij in 1941 werd afgebroken. Op het vangwiel was de inscriptie "Gabriel Sabbe 1768" terug te vinden en op de steenbalk was het jaartal 1782 ingekerfd.

Aan de grens van Dadizele en Moorslede, in de Dadizelestraat op 300 m van de basiliek stond Debattens of Vergotens molen, genoemd naar de eigenaar De Bats of naar de molenaar Henri Vergote. Het was een staakmolen, koren- en oliemolen. Sinds de afbraak van Cardoens molen waren de boeren uit die omgeving op deze molen aangewezen. Hij werd op 20 oktober 1914 door de Duitsers omvergetrokken.

Het westelijke deel van het dorp ging langs bij molenaar Vervaecke op de Arkemolen. Dit was een graan- en tarwemolen in 1771 gebouwd en in het najaar van 1918, bij de doorbraak door oorlogsgeweld vernietigd. Enkel de Arkemolenstraat herinnert nog aan die molen.

Naar top