Moorslede, dat vlak achter het front lag, werd vanaf oktober 1914 ingenomen door Duitse bezettingstroepen. Het werd een garnizoensplaats met enkele hospitalen. De gewonden werden van het front in Passendale weggevoerd via smalspoorlijnen naar de medische posten in de school en het kasteel van de Koekuit. In de zomer van 1917 maakten de Duitsers hier de begraafplaatsen Ehrenfriedhof nr. 37 en Koekuithoek I en II.
Vanaf 1915 legde het Duitse leger in Moorslede een vijftal begraafplaatsen aan, o.a. in de buurt van de Waterdam, de Koekuit en het station.
Op de begraafplaats in het gehucht Waterdam, het Krieger Friedhof der schweren Artilerie, stonden de kanonnen van de zware artillerie opgesteld op het hoogste punt. Vanaf die hoogte werd vanaf halfweg 1917 het front van Passendale bestookt. De reactie van de geallieerden verwoestte de volledige dorpskern van Moorslede. Aan de overkant van de straat lag de kleinere begraafplaats Pionier-Regiment 24.
Alle begraafplaatsen werden midden de jaren 1950 overgebracht naar Langemark.
